Remco Evenepoel is de eerste renner ooit die vier keer op rij wereldkampioen tijdrijden werd. Hij won zondag 20 september in Montréal met 57 seconden voorsprong op Filippo Ganna. Dat is geen losse uitschieter. België staat na alle WK-tijdritten van dit jaar bovenaan de medaillespiegel, en dat komt door een plan dat vijftien jaar geleden begon.
De rit van zondag in het kort
Evenepoel was de grote favoriet en maakte dat waar. Volgens de NOS werd Ganna net als in 2023 en 2024 tweede. Het brons ging naar de jonge Fransman Paul Seixas op 1.13. De Zweed Jakob Söderqvist lag op koers voor de derde plaats, maar ging onderuit. Daan Hoole, de enige Nederlander aan de start, werd negende op 2.02.
Met zijn vierde titel op rij pakt Evenepoel het record van de Duitser Tony Martin af, die er drie achter elkaar won tussen 2011 en 2013. In totaal heeft hij er nu net als Martin en de Zwitser Fabian Cancellara vier. Evenepoel is 26. Het is niet overdreven om te zeggen dat die vijfde en zesde titel eerder een kwestie van tijd lijken dan van geluk.
In de officiële samenvatting van de UCI hieronder zie je hoe groot het gat al bij de tussentijden was.
Een plaagstoot en een uitnodiging
Na de finish zei Ganna dat hij de beste 45 minuten van zijn loopbaan had gereden. Toen Evenepoel dat te horen kreeg, reageerde hij droog tegenover Het Nieuwsblad. “Dat zegt hij altijd.” Als het echt zo was geweest, had Ganna volgens hem wel dichterbij gezeten. Hij voegde er wel aan toe dat de twee elkaar respecteren.
Ganna liet het er niet bij zitten. Twee dagen later, nadat hij met Italië wereldkampioen was geworden op de gemengde ploegenestafette, bood hij volgens Het Nieuwsblad aan om samen om de tafel te gaan zitten en zijn tijdritdata te laten zien. Hij zei geen probleem te hebben om die te tonen, en dat hij veel respect heeft voor Evenepoel als mens en als sporter.
Het is een mooie rivaliteit, maar wel een scheve. Ganna is zelf twee keer wereldkampioen tijdrijden geweest en rijdt nog steeds tijden waar vrijwel iedereen van droomt. Dat hij er toch bijna een minuut naast zit, zegt meer over Evenepoel dan over hem.
Van woestijn naar tijdritland
Het echte verhaal zit onder die ene gouden medaille. Sporza zette de cijfers op een rij. België pakte dit jaar in Montréal goud, twee keer zilver en een keer brons op de tijdritten. Luca Vierstraete werd derde bij de beloften vrouwen, Vic De Smet en Yana Decruyenaere werden allebei tweede bij de junioren. Dat is vier medailles na zeven wedstrijden, en België deed niet eens mee aan de gemengde estafette.
Vroeger was dat ondenkbaar. Het verschil zie je het best naast elkaar.
| Periode | Aantal WK’s | Belgische tijdritmedailles |
|---|---|---|
| 1994 tot en met 2017 | 24 | 3 (alle drie goud, bij junioren en beloften) |
| 2018 tot en met 2026 | 9 | 26 (5 goud, 9 zilver, 12 brons) |
Alle vijf de gouden medailles uit de tweede periode zijn van Evenepoel. Van de 26 medailles werden er volgens Sporza 11 gewonnen bij de elite, 7 bij de beloften en 8 bij de junioren. Dat laatste is het belangrijkste getal, want het laat zien dat het niet alleen om een uitzonderlijk talent draait.
Het plan achter de medailles
Bondscoach Serge Pauwels legt het succes bij Sporza grotendeels bij de eigen bond. Oud-bondscoach Carlo Bomans en toenmalig sportief directeur Jos Smets begonnen zo’n vijftien jaar geleden met testtijdritten, waarin jonge renners en rensters een tijdrit in wedstrijdvorm konden rijden. Dat is minder vanzelfsprekend dan het klinkt. In veel landen bestaan tijdritten alleen als etappe in een rittenkoers. Twee jaar geleden groeide het uit tot de chronochallenge, een klassement over vier tijdritten waarvan het Belgisch kampioenschap er een is.
Daarnaast noemt Pauwels twee dingen. Renners als Evenepoel en eerder Victor Campenaerts trokken als een soort magneet jongeren naar de discipline. En de kennis van de grote profploegen sijpelt door naar de opleidingsploegen, clubs en trainers, van de opwarming en het verdelen van de krachten tot het eten voor de start.
Wat Nederland ervan kan leren
Nederland had in Montréal één renner aan de start van de elitetijdrit, en die werd negende. Dat is een nette prestatie, maar geen medaille. Wij denken dat het Belgische recept drie dingen bevat die in elk wielerland werken.
Het eerste is wedstrijdervaring. Een tijdrit is een vak apart, en wie hem alleen kent als proloog van een meerdaagse, leert hem nooit echt. Een vaste reeks tijdritten voor jongeren, met een eigen klassement, maakt er een doel van in plaats van een verplicht nummer.
Het tweede is dat de kennis naar beneden moet. De profploegen weten precies hoe je een tijdrit opbouwt. Als die kennis bij de clubs en opleidingsteams terechtkomt, rijden junioren al zoals profs.
Het derde is het voorbeeld. Een land krijgt pas een tijdritcultuur als jongeren een held hebben die tijdrijden de moeite waard maakt. België had Campenaerts, en nu Evenepoel. De vraag voor Nederland is wie die rol kan pakken.
Voor de rest van het WK verandert het weinig. Met nog zes wegritten te gaan staat België al bovenaan, en Pauwels zei tegen Sporza dat dat rust geeft. Voor Evenepoel is de tijdrit binnen. Nu wil hij ook de wegrit.
Gepubliceerd op 24 september 2026. Klopt er iets niet? Laat het de redactie weten.




