Hij is terug, of in elk geval bijna. Op de autoshow van Parijs staat sinds deze week de 2 CV Concept van Citroën, een elektrische eend die over twee jaar als echte auto in de showroom moet staan. Felrood, met ronde koplampen, een oprolbaar linnen dak en een bankje dat je eruit kunt halen voor een picknick. Op sociale media regent het hartjes. Maar een mooie conceptauto is iets anders dan een waardige opvolger van de lelijke eend. Wat maakte het origineel zo geliefd, en kan deze nieuwe dat waarmaken?
Wat Citroën in Parijs laat zien
De 2 CV Concept is 3,76 meter lang en daarmee zelfs iets korter dan het origineel. Een productieversie moet volgens Citroën rond 2028 op de markt komen, in Europa worden gebouwd en ongeveer een ton wegen. In het gamma van het merk komt hij tussen het kleine Ami-wagentje en de C3 in te staan. Over de batterij, het vermogen en de actieradius zegt Citroën nog niets.
Het ontwerp is een liefdesbrief aan de jaren vijftig, maar dan modern. Volgens Designboom zweven de ronde ledkoplampen naast de gebogen motorkap, en staat de auto op stalen velgen van 18 inch. Het dak is van stof en rol je met de hand open, net als vroeger. De lak heet Infra Red en verschiet van oranje naar geel en rood, afhankelijk van hoe het licht valt.
Binnenin wordt het pas echt speels. Het dashboard is een ronde buis met een stuur met één spaak, en in het midden zit een vierkant scherm van acht inch met graphics in de stijl van een Belgisch stripverhaal, getekend door illustrator Jean-Luc Delvaux. De voorbank is bekleed met geel ruitjesstof en kan eruit, de deuren open je aan stoffen lussen in plaats van hendels. Er is een houten mand, een losse speaker met de naam Radioën, en op het gas- en rempedaal staan een haas en een schildpad. Er zijn zelfs houders voor eieren, en dat is geen grap. Daarover zo meer.
Waarom het origineel zo geliefd was
De oorspronkelijke 2CV werd in 1948 in Parijs gepresenteerd, en de opdracht was even simpel als briljant. Citroën wilde een auto voor het platteland, voor boeren die nog met paard en wagen reden. Het verhaal gaat dat de auto twee mensen en een zak aardappels over een omgeploegde akker moest kunnen vervoeren, met een mand eieren achterin die niet mocht breken. Vandaar die eierhouders in de nieuwe. Het is een knipoog naar de vering, die zo zacht was dat de auto als een bootje over hobbels deinde.
In Frankrijk was het de deux chevaux, in Nederland al snel de lelijke eend. Dat was liefkozend bedoeld. Hij had een luchtgekoelde tweecilinder, een dak dat je kon oprollen en stoelen die je eruit kon halen. Alles wat niet nodig was, zat er niet in. Juist daardoor was hij goedkoop, onverwoestbaar en makkelijk zelf te repareren. Tussen 1948 en 1990 werden er volgens Autoblog meer dan 5,1 miljoen gebouwd.
Dat is het punt dat vaak vergeten wordt. De eend was geen designicoon omdat hij mooi was. Hij was een icoon omdat hij eerlijk was. Een auto die precies deed wat hij moest doen, voor mensen die niet veel te besteden hadden. Het design was een bijproduct van die eenvoud. De studenten in de jaren zeventig, de surfers aan de Franse kust en de hippies die er met een rugzak mee naar Spanje reden, kozen hem omdat hij paste bij een leven zonder franje.
Kan de nieuwe dat waarmaken?
Op papier heeft Citroën de goede richting gekozen. Het doel is een betaalbare elektrische stadsauto, gebouwd in Europa en licht van gewicht. Dat sluit aan bij de nieuwe Europese regels voor kleine, betaalbare e-auto’s, en het is precies het gat in de markt dat Chinese merken nu met goedkope modellen proberen te vullen. Een eend die opnieuw de auto voor iedereen wil zijn, is in dat licht geen nostalgische gimmick maar een serieuze strategie.
Maar daar zit ook het risico. Een conceptauto met een houten mand, een stripverhaal op het scherm en een gekleurde lak die van kleur verschiet, is makkelijk te bedenken. Al die details maken een auto duurder om te bouwen. De echte vraag is hoeveel daarvan overblijft als de boekhouders zich ermee gaan bemoeien. Als de productieversie een gewone kleine e-auto wordt met een eendensnoetje erop, dan heeft Citroën de les van het origineel niet begrepen.
Autoblog maakt hetzelfde punt. Het bruikbare moet zwaarder wegen dan de nostalgie. Wij zijn het daarmee eens, maar met een kanttekening. De eenvoud van het origineel kwam voort uit armoede en techniek van toen. Een moderne auto moet veilig zijn, airbags hebben, een scherm voor de verplichte systemen. Een echte uitgeklede eend kan niet meer. Wat wel kan, is de geest vasthouden. Een auto die je niet hoeft te beschermen, waar je een picknickmand in zet en een fiets achterop hangt, en die je over tien jaar nog met een glimlach rijdt.
En de besteleend?
Naast de personenauto liet Citroën ook een studiemodel zien van een elektrische bestelversie, een knipoog naar de Fourgonnette die vroeger bij bakkers en postbodes in de straat stond. Daar zien wij misschien nog wel de meeste kans. Een kleine, elektrische bestelauto met karakter voor de bloemist, de koffiebar op wielen of de vakman in de binnenstad, dat bestaat eigenlijk nog niet. Juist zakelijke kopers die in een stad elke dag korte ritjes maken, zijn het publiek dat zo een auto nodig heeft.
Voor nu is het wachten tot 2028. Tot die tijd blijft de 2 CV Concept wat hij moet zijn, een mooie belofte. Wij hopen dat Citroën de moed heeft om de productieversie net zo eigenwijs te houden als deze studie. Want de enige manier om de lelijke eend op te volgen, is door weer een auto te maken waar mensen van gaan houden, niet ondanks zijn eenvoud maar erdoor.
Gepubliceerd op 14 oktober 2026. Klopt er iets niet? Laat het de redactie weten.




