Een CV-update voelt voor de meeste mannen die ik ken als belastingaangifte doen: het moet, het hoeft niet leuk te zijn, en je stelt het uit tot het echt nodig is. Het hoofdstuk waar mensen het meest op blijven hangen? Vrijwel altijd: skills. Wat zet je erin, wat niet, en hoe schrijf je dat zonder als een wandelende vacaturetekst over te komen?
Hieronder een Q&A met de tien vragen die ik in m’n inbox het vaakst voorbij zie komen wanneer een vriend op zoek is naar een nieuwe baan.
1. Hoeveel skills mag je erop zetten?
Acht tot twaalf. Minder en je lijkt onderbouwd, méér en je lijkt iemand die alles zegt te kunnen omdat hij niks écht kan. Recruiters scannen die rij in drie seconden — lange lijsten kosten je geloofwaardigheid.
2. Hard skills of soft skills bovenaan?
Hard skills bovenaan, altijd. Een recruiter zoekt eerst op concreet vakwerk (Python, SAP, AutoCAD, projectmanagement). "Goed in samenwerken" staat ergens onderaan, en zelfs dan liever geïllustreerd in je werkervaring dan als losse bullet.
3. Moet ik die balkjes met percentages doen?
Nee. Ten eerste lieg je sowieso een beetje (wie zegt dat hij "75% Excel" kan, weet niet wat Excel is). Ten tweede pikt geen enkel ATS-systeem die graphics op. Niveau-aanduidingen in woorden (basis / werkbaar / gevorderd / expert) is in 2026 weer in en werkt beter.
4. Kan ik "werken in teamverband" weglaten?
Ja. Iedereen schrijft dat op. Als je het wil benoemen, doe het concreet: "leidde een team van 6 medewerkers door een SAP-implementatie" zegt veel meer dan "teamspeler".
5. Welke skills voegen voor IT’ers echt waarde toe in 2026?
Cloud (AWS, Azure, GCP), Kubernetes, infrastructure-as-code (Terraform), CI/CD, een werk-niveau in één moderne programmeertaal, en als je in development zit: ervaring met AI-assisted coding (GitHub Copilot, Claude Code, Cursor). Dat laatste mocht je twee jaar geleden weglaten — nu is het in veel rollen verplicht.
6. Hoe pak je het aan als je geen specifieke skills hebt?
Iedereen heeft skills, je moet ze alleen labelen. Heb je tien jaar bij dezelfde werkgever gewerkt? Dan zijn jouw skills: stabiliteit, leerbereidheid, het onder de knie krijgen van interne processen. Schrijf het op in die termen, niet in "niks bijzonders"-termen.
7. Mag je liegen?
Nee. Maar je mag dingen wel rooskleurig presenteren. "Basiskennis Photoshop" mag je opschrijven als je een keer een logo hebt aangepast voor je vereniging. "Photoshop" alleen, als bullet, suggereert dat je het op werkniveau beheerst. Dat is een groot verschil. Houd je aan wat je in een gesprek kunt waarmaken.
8. Taalvaardigheden — hoe noteer je dat?
CEFR-niveaus (A2, B1, B2, C1) zijn de internationale standaard en zien er gewoon nuchter en geloofwaardig uit. "Engels: vloeiend" zegt niks, "Engels: C1 (CEFR)" zegt alles.
9. Certificaten in de skills-lijst of apart?
Apart kopje. Skills zijn dingen die je kan, certificaten zijn dingen die je hebt bewezen. Verwart die twee niet.
10. Hoe vaak moet ik m’n skills-lijst updaten?
Elke zes maanden minimaal. Anders sta je nog Word 2010 te claimen als skill in 2026 — en geloof me, dat valt op.
Genoeg vragen voor nu. Belangrijkste les: skills zijn geen waslijst maar een advertentietekst voor jezelf. Schrijf ze met de baan in gedachten waar je voor solliciteert, niet als algemene zelf-inventarisatie. Wie verder wil lezen over carrièreswitches, kijk ook even bij m’n eerdere stuk over Asha Sharma’s stap naar CEO Microsoft Gaming: het is een case-study in hoe je een carrière-arc framt.







