De Veluwe is bij ons in huis het standaardantwoord op “waar gaan we vandaag heen?”. Ik woon zelf op een uur rijden van de Posbank en heb daar inmiddels zoveel rondjes gelopen dat ik blind weet welke parkeerplaats het minst druk is op een zondag. Maar ik blijf erop terugkomen, simpel omdat het de plek in Nederland is die nog enigszins op echte wildernis lijkt. Hieronder vijf routes die ik telkens weer aanraad aan vrienden die vragen waar ze moeten beginnen.
Voor mannen die houden van actief weekend doen: trek goede schoenen aan, neem een rugzak met water en een broodje mee, en reken op vier tot zes uur op de been. De afstanden hieronder zijn rondjes van acht tot zeventien kilometer. Hou er rekening mee dat sommige delen van de Veluwe in het broedseizoen of bij hoog brandgevaar afgesloten zijn — check Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer voordat je rijdt.

1. Posbank-rondje vanuit het bezoekerscentrum
De klassieker. Vanaf het bezoekerscentrum Veluwezoom in Rheden loop je een paars-gemarkeerde route van vijf tot acht kilometer over glooiende heidevelden. In augustus staat alles in bloei en is het bijna eng druk, dus voor mannen die liever rust hebben adviseer ik vroeg starten — voor negen uur ’s ochtends sta je nog vrij vrij op die uitkijkpunten. Onderweg passeer je de Posbank zelf, een heuvel waar je voor Nederlandse begrippen serieus klimwerk doet. Ik draai dit rondje meestal in twee uur en sluit af met koffie bij het paviljoen.
2. Deelerwoud — herten spotten in oktober
Het Deelerwoud bij Hoenderloo is van Natuurmonumenten en de hertenwandeling daar is acht kilometer vanaf parkeerplaats Woeste Hoeve. Niets boeit me meer dan rond zonsopkomst in september of oktober tussen burlende edelherten lopen, en dit gebied biedt daarvoor de beste kans buiten de Hoge Veluwe. Spreek af om je mobiel uit te zetten, neem een verrekijker mee, en loop fluisterend. De kans dat je niets ziet is reëel — daar moet je vrede mee hebben — maar de keren dat je wel een hert tegenkomt op tien meter afstand vergeet je nooit.

3. Solse Gat en Speulderbos vanuit Drie
Het Speulderbos heeft de oudste beuken van Nederland, sommige meer dan tweehonderdvijftig jaar oud. Vanaf het dorpje Drie loop je een rondje van ongeveer twaalf kilometer dat het Solse Gat aandoet, een mysterieuze diepe kuil waarvan niemand precies weet hoe die ontstaan is. Ik vind dit het meest sprookjesachtige stukje Nederland, vooral als de mist hangt. Geen heide, geen vergezichten — wel kromgegroeide stammen die mee bewegen met de wind en het soort stilte dat je in dit land bijna nergens vindt.
4. Loenermark — minder mensen, meer afwisseling
De Loenermark bij Apeldoorn is wat mij betreft het stiefkindje van de Veluwe. Geen Wikipedia-artikelen, geen Instagram-toerist, wel achttien kilometer aan paden door afwisselend bos, heide en stuifzand. Vanaf de parkeerplaats aan de Hoenderloseweg loop je een vrij eenvoudig rondje van negen kilometer dat alle landschapstypes raakt. Voor wandelaars die genoeg hebben van de drukte rond Otterlo is dit een aanrader. Tip: er staat een uitkijktoren op een van de hoogste punten — eet daar je broodje.

5. Wekeromse Zand — de woestijn van Nederland
De stuifzandvlakte bij Wekerom is een actief stuifzandgebied — wat betekent dat de duinen ieder jaar verschuiven door de wind. Een rondje van zeven kilometer brengt je over open vlaktes die meer op de Sahara lijken dan op Nederland. Het is een van de weinige plekken waar je daadwerkelijk verdwaalt als je niet oplet, want oriëntatiepunten ontbreken volledig. Voor een groep mannen die iets anders wil dan het zoveelste bospad: rij hier eens heen. Het is bijzonder, en je hebt het meestal voor jezelf.
Praktisch: schoenen, kaarten en eten
De Veluwe is grotendeels begaanbaar op stevige sportschoenen, maar voor stuifzand en moerassige stukken adviseer ik wandelschoenen die boven de enkel komen. Een echte wandelkaart van Falk of een offline-laag in Komoot bespaart je veel gepuzzel. Eten: in Hoenderloo, Otterlo en Rheden vind je bistro’s die geen toeristenval zijn. Persoonlijke favoriet is een eetcafé in Eerbeek waar ze nog een schnitzel doen die de naam verdient — niet de meest sexy aanbeveling, maar na zes uur lopen wil je geen quinoabowl.
Eén ding nog: combineer eens een wandeling met sporten in het algemeen. Wie geen tijd heeft om naar buiten te gaan kan thuis prima aan zijn basis werken — een paar simpele oefeningen voor krachttraining thuis zonder gewichten houdt je benen sterk genoeg voor een dagje Posbank. En vergeet niet dat een fatsoenlijke wandeluitrusting begint bij goede sokken: zelf draag ik altijd merinowol, geen katoen, en daar zit een kleine wereld van verschil tussen.
Doe het, gewoon. De Veluwe ligt op anderhalf uur van vrijwel iedereen in dit land, en je hebt geen seizoenticket nodig om je dag goed te maken.












