Op 27 oktober 2008 kwam de raad van bestuur van Ferrari met een verklaring die de Formule 1 op zijn grondvesten liet schudden. Als de sport zou overstappen op één standaardmotor voor alle teams, zou Ferrari zich bezinnen op zijn toekomst in de klasse. RacingNews365 blikte er deze week op terug. Dat is meer dan een jubileumstukje, want het idee van een standaardmotor ligt achttien jaar later opnieuw op tafel.
Om te begrijpen wat er nu gebeurt, moet je weten wat er toen speelde, en waarom Ferrari bij dit onderwerp altijd zo fel reageert.
Wat Ferrari in 2008 zei
De Formule 1 zat in 2008 midden in een kostendiscussie. FIA-president Max Mosley wilde de uitgaven van de teams drastisch omlaag, en een van zijn ideeën was een standaardmotor die alle teams zouden gebruiken. Ferrari was niet tegen besparen, maar wel tegen dit plan. Volgens de verklaring zou zo’n motor de Formule 1 beroven van zijn hele bestaansreden, die volgens Ferrari draait om competitie en technologische ontwikkeling. Het bestuur liet weten dat het zich het recht voorbehield om opnieuw te bekijken of het in de sport wilde blijven.
Het plan verdween uiteindelijk van tafel, en Ferrari bleef. Dat is het patroon dat zich in de geschiedenis van de sport vaker herhaalt. Ferrari dreigt, de sport schuift op, en de rode auto’s staan het jaar daarop gewoon weer aan de start.
Een dreigement met een lange traditie
Het was niet de eerste keer en ook niet de laatste. Ferrari gebruikt zijn status als oudste en bekendste team al decennia als drukmiddel.
| Jaar | Waar het om ging | Hoe het afliep |
|---|---|---|
| 1986 | Nieuwe motorregels van de toenmalige sportbond FISA | Ferrari bouwde een IndyCar, de 637, die veel kenners zagen als onderhandelingstroef. Hij reed nooit een race. |
| 2008 | Standaardmotor voor alle teams om kosten te besparen | Plan van tafel, Ferrari bleef |
| 2015 tot 2018 | De motorregels voor 2021, met topman Sergio Marchionne als woordvoerder | De regels werden afgezwakt, Ferrari bleef |
Het verhaal van de 637 is misschien wel het mooiste. Ferrari liet in Maranello een complete raceauto bouwen voor de Amerikaanse IndyCar-serie, liet hem testen en presenteerde hem aan de pers. Toen de sportbond de plannen bijstelde, verdween de auto in het museum. Zo serieus kan een dreigement eruitzien.
Waarom werkt het telkens? Omdat de Formule 1 zonder Ferrari ondenkbaar is. Het team rijdt sinds het eerste wereldkampioenschap in 1950 mee, heeft de grootste fanschare en is voor organisatoren, sponsors en televisiezenders van onschatbare waarde. Ferrari had in het verleden ook formeel een vetorecht op nieuwe regels, iets wat geen enkel ander team heeft. Een dreigement van Maranello weegt daarom zwaarder dan dat van welk team ook.
Waarom het nu weer speelt
De motoren die de Formule 1 dit jaar invoerde, liggen flink onder vuur. De verdeling van het vermogen tussen verbrandingsmotor en batterij werd ongeveer half om half, en dat leverde races op waarin coureurs vooral bezig waren met het sparen en terugwinnen van energie. Max Verstappen noemde het Formule E op steroïden en zou zelfs aan stoppen hebben gedacht. Volgens GPFans schuift de verhouding daarom stap voor stap terug naar zestig procent verbranding en veertig procent elektrisch, uiterlijk in 2028.
De FIA wil verder. GPFans meldt op basis van de BBC dat de bond de motorfabrikanten een voorstel heeft gestuurd voor een V8-turbohybride van 2,0 tot 2,3 liter, rond 2030 of 2031. Die moet ongeveer 900 pk leveren, grotendeels uit de verbrandingsmotor, op volledig duurzame brandstof. Het elektrische deel krimpt fors, de auto’s moeten 80 kilo lichter worden en het budget voor motorontwikkeling gaat ongeveer door de helft.
Het gevoelige punt zit in de uitwerking. Er liggen twee routes op tafel. De fabrikanten kunnen hun huidige motor van 1,6 liter uitbouwen tot een V8 door er twee cilinders aan toe te voegen. Of er komt een standaard basismotor van een externe fabrikant, waar de teams op voortbouwen. Juist die tweede route ligt gevoelig, want de fabrikanten willen hun eigen motoren blijven ontwerpen. In december moet er een definitief voorstel liggen voor de Wereldraad van de FIA.
Wat dit betekent voor teams en coureurs
Op de V8 zelf zal Ferrari weinig tegen hebben. Een luid, krachtig motorblok met minder batterij past precies bij het merk dat zijn straatauto’s verkoopt op het geluid van twaalf cilinders. De architectuur van het plan geldt volgens GPFans bij alle fabrikanten als grotendeels acceptabel. Het risico zit in het woord standaard. Een basismotor die van buiten komt, raakt aan alles waar Ferrari in 2008 voor op de barricaden ging. Een Ferrari zonder eigen motor is in Maranello geen Ferrari.
Voor de kleinere teams is een goedkopere motor juist goed nieuws. Wie nu een motor huurt, betaalt mee aan de enorme ontwikkelkosten van de fabrikanten. Een eenvoudiger blok met een lager budgetplafond maakt de sport toegankelijker, en dat kan ook nieuwe fabrikanten trekken. Dat er in de paddock al wordt gespeculeerd over een Belgische motor voor Verstappen, laat zien hoe open de motorkaart op dit moment ligt.
Voor coureurs is het vooral een kans. Een lichtere auto met meer vermogen uit de verbrandingsmotor betekent minder energiebeheer en meer echt racen, precies waar Verstappen en anderen om vragen.
Zal Ferrari opnieuw dreigen met vertrek? Als de route met de standaardmotor wordt doorgedrukt, is de kans groot dat het in Maranello opnieuw onrustig wordt. De geschiedenis leert alleen ook hoe zo’n dreigement meestal afloopt. Ferrari laat zijn tanden zien, de regels schuiven een stukje op, en de rode auto’s blijven. De echte vraag is dus niet of Ferrari vertrekt, maar hoeveel de FIA in december bereid is toe te geven.
Gepubliceerd op 29 oktober 2026. Klopt er iets niet? Laat het de redactie weten.




