De Netflix-serie The Queen’s Gambit zorgde een paar jaar geleden voor een schaak-renaissance. In 2026 is het stof neergedaald, maar er zijn meer mensen die online schaken dan ooit. Voor wie net begint — of na een lange pauze weer wil instappen — is één vraag belangrijker dan de rest: welke opening speel ik?
Onderstaand een chronologische tour door de belangrijkste openingen, van de oudste klassiekers tot moderne uitvindingen. Begin bovenaan en ga zo ver naar beneden als je tempo het toelaat — ik raad de eerste drie aan voor iedereen onder 1.500 Elo.
1490: het Italiaans — de oudste opening die nog telt
e4 e5, Pf3 Pc6, Lc4. Drie zetten en je staat aktief op het bord. Het Italiaans is gedocumenteerd sinds eind 15e eeuw en wordt op clubniveau nog steeds gespeeld — ook door grootmeesters. Voor beginners ideaal: je leert ontwikkeling, centrumcontrole en een veilige rokade. Geen valletjes om in te lopen.
1560: het Spaans (Ruy López) — iets ambitieuzer
Vergelijkbaar met het Italiaans, maar in plaats van Lc4 speel je Lb5. Het zet meer druk op de zwarte stelling. Theoretisch oneindig diep — wereldkampioenen spelen het — maar voor beginners de eerste vijf zetten leren is al voldoende. Het Spaans écht spelen vraagt wat meer studie, maar de structuur leert je veel.
1620: het Damegambiet — het werkpaard met wit op d-vleugel
d4 d5, c4. Je biedt een pion aan op c4 die zwart eigenlijk niet kan accepteren zonder problemen. Het Damegambiet is een instap-keuze voor wie liever rustig opbouwt dan tactisch begint. Karpov, Kramnik — iedereen die positioneel speelt heeft het in z’n repertoire.
1800-tallen: Frans en Caro-Kann — zwart bouwt z’n eigen muur
Twee defensieve openingen voor zwart die in de Romantische schaakperiode populair werden. Frans (1…e6) en Caro-Kann (1…c6) bouwen een stevig centrum. Saai? Niet als je ze goed speelt — je krijgt vaak een eindspel waarin de stelling beter is dan ze eruit ziet.
1920-1930: de hypermoderne school — Indisch en Engels
Nimzowitsch, Réti en Aljechin verkondigden in de jaren ’20 dat je het centrum ook van de zijkanten kunt aanvallen in plaats van bezetten. Resultaat: Kings Indian, Nimzo-Indian, Engels. Voor beginners niet meteen de eerste keuze (de stellingen zijn complexer) — maar als je 1.500 Elo voorbij bent, wordt dit een prachtige speeltuin.
1990: het London System — modern, simpel en verraderlijk goed
d4, Pf3, Lf4. Drie zetten, vrijwel identiek tegen elk antwoord van zwart. Het London System werd in de jaren ’90 populair en is in 2026 de favoriete startkeuze van veel club-spelers omdat je weinig theorie hoeft te leren maar wel goed komt te staan. Persoonlijk vind ik het iets te ééntonig om elke partij te spelen, maar voor 800-1.400 Elo is het een verstandige eerste keus.
2010-nu: AlphaZero en het Russisch / Berlijns — engines schrijven theorie
Sinds AlphaZero in 2017 los ging op de openingstheorie, zijn een aantal "vergeten" openingen ineens weer relevant. Het Berlijnse Verdedigingssysteem (een tak van het Spaans) werd door Kramnik in 2000 tegen Kasparov ingezet en is nu standaard top-niveau. De Russische Verdediging (Petrov) is in 2025 op het WK weer vaak gespeeld omdat engines vinden dat zwart er gewoon oké uit komt. Beginners hoeven dit niet te kennen — maar je weet nu dat openings-theorie geen statisch ding is.
Reflectie — wat ik beginners aanraad
Italiaans tegen e5, London System tegen alles met d-pion-antwoord. Met die twee openingen kun je 90% van je partijen op clubniveau spelen. Bouw daaromheen langzaam uit. En speel veel — theorie van papier leren werkt nauwelijks, theorie via 300 partijen pikt je brein vanzelf op. Voor wie z’n strategische blik wil verbreden ook leuk: m’n stuk over Super Mario Wonder en wat dat zegt over speelse curves — veel meer gemeen met schaken dan je denkt.







