Een camera die meegaat in je rugzak hoort drie dingen te doen: scherpe foto’s maken, niet kapot gaan en niet je hele dag rugklachten bezorgen. Verder is alles persoonlijk. Hier mijn zeven keuzes — van compact tot half-pro — voor wie in 2026 nadenkt over welke camera mee gaat op reis.
Geen rangorde. Geen “beste camera ooit”. Wel zeven types met een duidelijke karaktereigenschap, zodat je sneller weet welke past bij hoe jij reist.
1. De compacte zoom: Sony RX100 VII
Past in een jaszak, gaat tot 200mm equivalent en heeft genoeg sensor om foto’s te maken die niet uit een telefoon lijken te komen. Voor de man die niet wil opvallen met een dikke spiegelreflex en toch verder wil zoomen dan zijn smartphone, is dit een veilige keuze. Filmt 4K en heeft autofocus die snel genoeg is voor straatscènes.
2. De straatfotograaf: Ricoh GR III
APS-C sensor in een doosje dat in je broekzak past. Vaste 28mm lens, dus geen gepruts met zooms. Wie van straatfotografie houdt en niet wil opvallen, kiest hier voor. De populariteit van de Ricoh GR III in de straatfotografie-scene is geen toeval — het ding voelt als een verlengstuk van je hand.
3. De all-rounder: Fujifilm X-T5
Met de juiste kit-lens (18-55mm f/2.8-4) heb je een setup waarmee je landschappen, portretten en street kunt schieten zonder concessies. Filmsimulaties van Fuji zorgen dat je direct uit de camera prachtige JPGs hebt — handig als je geen zin hebt in Lightroom-sessies na een lange reisdag. Iets zwaarder dan een compact, maar nog geen monster.
4. De budget-instap: Kodak FZ55
Niet iedereen wil 1.500 euro neerleggen voor een camera die misschien drie keer per jaar meegaat. De Kodak FZ55 is een goedkope, simpele compactcamera met decente zoom — perfect voor het achtergrondplan in je vakantie-album. De populariteit van deze instapcamera bewijst dat niet iedereen pro-foto’s wil; vaak is “leuk genoeg” precies de juiste keuze.
5. De volwaardige systeemcamera: Sony A7C II
Full-frame in een body die kleiner is dan de oude DSLR’s. Wie écht serieus is over fotografie maar geen brick wil meeslepen, vindt hier de balans. Combineer met een 35mm of 50mm prime lens en je hebt een setup die op een verre reis even goed werkt als op de bruiloft van je beste vriend. Prijzig — maar het laatste systeem dat je in een tijdje koopt.
6. De avontuurlijke: GoPro Hero 13
Niet meteen een klassieke camera, maar als jij surfwedstrijden filmt, mountainbiket of skiet, is dit het type dat overleeft wat een normale camera niet overleeft. Combineer met een goede smartphone-camera voor de stilstaande foto’s. Hierover schreef ik eerder uitgebreid in mijn advies over avontuurlijke reizen — daar is een actiecamera vrijwel verplicht.
7. De smartphone-pro: iPhone Pro of Samsung Galaxy S26 Ultra
Vergeet niet dat je telefoon ook een camera is — en wel een goede. Voor de man die de minste rotzooi op reis wil meeslepen, is dit het antwoord. Computational photography heeft inmiddels zoveel pas dat een avondfoto van je telefoon nauwelijks onderdoet voor een mid-range systeemcamera. Geen koffer, geen lensjes, geen acculader. Wel: vaker je accupack opladen onderweg.
Wat ik zelf meeneem
Een Fuji X-T5 voor de “ik wil het mooi vastleggen”-momenten en mijn iPhone voor de spontane snapshots. Twee camera’s klinkt overdreven, maar in de praktijk pak ik de Fuji een keer of vijftien per reis en de telefoon honderden keren. De Fuji is voor de foto’s die ik laat afdrukken; de telefoon voor alle andere herinneringen. Welke combinatie het beste werkt voor jou, hangt af van hoe vaak je écht achter een camera gaat zitten.







