Er staat een Ferrari F50 te koop die in bijna dertig jaar 171 kilometer heeft gereden. Hij wordt op 31 oktober geveild door Broad Arrow in Las Vegas, en het veilinghuis verwacht er meer dan 20 miljoen dollar voor te krijgen. Volgens TopGear en AutoWeek kan dit de duurste F50 worden die ooit op een veiling is verkocht. Dat is opvallend, want het is geen bijzondere kleur en hij heeft geen beroemde vorige eigenaar. Waarom is juist dit exemplaar zo gewild?
Wat de F50 tot een icoon maakt
De F50 werd in 1995 op de autosalon van Genève gepresenteerd, ter ere van het vijftigjarig bestaan van Ferrari. Hij volgde de F40 op, maar was in bijna alles een andere auto. Waar de F40 een V8 met twee turbo’s had, kreeg de F50 een atmosferische V12 van 4,7 liter die rechtstreeks afstamt van de Formule 1-motor van Ferrari uit die tijd. Die levert ruim 500 pk, genoeg voor 0 tot 100 kilometer per uur in 3,7 seconden en een topsnelheid van 325 kilometer per uur. Het dak kon eraf, waardoor de F50 eigenlijk een barchetta was.
Hij is ook de laatste in zijn soort. Volgens Alexander Weaver van Broad Arrow, die Robb Report sprak, is de F50 de laatste Ferrari met een V12 in het midden en een handgeschakelde bak. Hij heeft een zesbak met open kulisse, geen stuurbekrachtiging, geen rembekrachtiging en geen ABS. Weaver ziet dat jonge verzamelaars juist naar dat analoge rijden zoeken. Dat verklaart een deel van de prijsontwikkeling, en het past bij wat Ferrari nu zelf doet met de nep-handbak in de 12Cilindri.
Zeldzaamheid doet de rest. Er werden tussen 1995 en 1997 maar 349 F50’s gebouwd, bijna duizend minder dan het aantal F40’s. TopGear noemt de F50 een van de zes grote Ferrari’s die steevast in waarde stijgen, naast de 288 GTO, de F40, de Enzo, de LaFerrari en de F80.
Waarom juist deze F50
Bij zeldzame auto’s denk je snel dat een afwijkende kleur het meeste waard is. Bij de F50 zou dat kunnen, want van de 349 auto’s werden er volgens TopGear 302 in het klassieke Rosso Corsa geleverd, 31 in geel, 8 in donkerrood en maar 4 in zilver en 4 in zwart. Toch is dit exemplaar gewoon rood. Het is de staat waar het om draait.
Het gaat om chassisnummer 334, een van de laatste. Hij werd op 6 augustus 1997 afgebouwd en in december dat jaar afgeleverd bij de officiële Britse importeur, als een van ongeveer 25 F50’s die nieuw naar het Verenigd Koninkrijk gingen. Daarna reisde hij via Japan en een verzameling in Duitsland naar de Verenigde Staten. Al die tijd stond hij vooral stil. De teller staat op 106 mijl, nog geen 171 kilometer.
De auto werd wel onderhouden, volgens TopGear op basis van de leeftijd en niet de kilometers. De lak, het interieur en het motorcompartiment zien er nieuw uit, met op veel plekken nog de originele productiestickers. Alle accessoires zijn er ook nog. Het afneembare dak met de bijbehorende transportkist, de originele gereedschapsset, de Schedoni-bagage en zelfs de speciale rijschoenen van Tod’s die F50-kopers erbij kregen. Broad Arrow noemt het de kans om in 2026 zo dicht mogelijk te komen bij het afhalen van een nieuwe F50.
Wat de markt er nu voor betaalt
De bedragen zijn de afgelopen jaren hard gestegen. Volgens Robb Report kostte een F50 in 1997 nieuw 475.000 dollar. Een gemiddeld exemplaar brengt nu volgens TopGear zo’n 6,5 miljoen dollar op, en tijdens de laatste Monterey Car Week in augustus verkocht Mecum er een voor bijna 15 miljoen dollar. De schatting van meer dan 20 miljoen dollar voor nummer 334 ligt daar dus nog flink boven.
Of dat bedrag gehaald wordt, is de vraag die de hele klassiekerwereld zich nu stelt. Veilingen laten de laatste tijd twee kanten zien. In Knokke bracht een LaFerrari onlangs een recordbedrag op, waarover we schreven in ons stuk over dat veilingrecord. Tegelijk leverde een unieke Nederlandse Ferrari op dezelfde veiling juist een flink verlies op, zoals je leest in het verhaal over de shooting brake. De les is dat de echte topmodellen in topstaat blijven stijgen, terwijl bijzondere eenlingen een gok blijven.
De paradox van de nieuwe oude auto
Er zit iets wrangs aan een auto als deze. De F50 werd gebouwd om te rijden, met een F1-motor achter je hoofd en een handbak zonder hulpmiddelen. Juist omdat niemand dat met dit exemplaar heeft gedaan, is hij zoveel waard. TopGear vergelijkt het met een gerecht in een sterrenrestaurant dat je alleen mag bekijken, en dat raakt de kern. Wie hem koopt, kan er nauwelijks mee rijden zonder een flink deel van de waarde weg te rijden.
Toch is dat precies waarom verzamelaars dit soort auto’s zoeken. Een F50 met 171 kilometer is een tijdcapsule. Hij laat zien hoe een supercar uit de jaren negentig er uit de fabriek uitzag, met de geur, de stickers en de schoenen die erbij hoorden. Dat kun je niet namaken en niet restaureren, en daar betaal je voor.
De veiling vindt plaats tijdens de Concours at Wynn in Las Vegas, hetzelfde evenement waar ook de 911 van Martin Brundle zijn debuut maakt. Op 31 oktober weten we of de F50 de verwachtingen waarmaakt. Wie mee wil kijken, kan het aanbod vinden op de site van Broad Arrow Auctions.
Gepubliceerd op 23 oktober 2026. Klopt er iets niet? Laat het de redactie weten.




