Onafhankelijk mannenmagazine sinds 2021

Redactiestatuut  ·  Over ons  ·  Auteurs

Mannenmag

Gear · Gaming · Sport · Stijl · Leven

SD-kaarten en accessoires voor je handheld

De kaart uit de doos is het zwakste onderdeel van je handheld, en dit is wat je in plaats daarvan koopt.

SD-kaarten en accessoires voor je handheld

De kaart uit de doos van mijn eerste R36S hield het elf dagen vol. Daarna was de helft van mijn saves weg en startte het apparaat niet meer op.

Dat is geen pech en het is ook niet uitzonderlijk. Bijna elke goedkope handheld komt met de goedkoopst mogelijke microSD-kaart, vaak voorzien van een sticker met een merknaam die je nergens anders tegenkomt. Het apparaat zelf gaat jaren mee, de kaart niet. En omdat op die kaart zowel het besturingssysteem als je hele bibliotheek staat, neemt hij bij het bezwijken alles mee.

De kaart in de doos is het zwakste onderdeel

Bij een handheld met Linux erop staat alles op één kaart. Het systeem, de emulators, je instellingen, je spellen en je saves. Er is geen intern geheugen waar een reservekopie op staat. Valt de kaart uit, dan heb je een plastic doosje met knoppen.

Fabrikanten besparen precies hier, omdat een goedkopere kaart bij tienduizend stuks flink scheelt. Die kaarten zijn vaak gemaakt van afgekeurd geheugen, hebben geen fatsoenlijke controller en houden geen enkele garantie in. Ze werken prima zolang je alleen leest, en ze klappen om zodra er veel geschreven wordt. Emulatie schrijft veel, want elke save state, elk logbestand en elke instellingswijziging gaat naar diezelfde kaart.

De praktische conclusie is simpel, je vervangt die kaart voordat je begint met vullen. Niet nadat het misgaat. Bij de instapmodellen zoals de Anbernic RG35XX Plus en de Miyoo Mini Plus is dat het eerste wat je doet, nog voor je het apparaat aanzet.

Welke microSD-kaart je wilt hebben

SanDisk, Samsung en Kingston zijn de drie merken die je in de praktijk het vaakst tegenkomt en waar de meeste mensen bij uitkomen. Ze maken hun eigen geheugen en hun eigen controllers, en dat merk je aan hoe lang een kaart blijft werken. Welk van de drie het wordt maakt minder uit dan de klasse die erop staat.

Op een kaart staan meestal drie of vier aanduidingen door elkaar. De U-klasse en de V-klasse gaan over doorlopende snelheid, dus over hoe snel een grote videofile weggeschreven wordt. Dat getal is voor een handheld bijna niet interessant. Je schrijft één keer een paar honderd bestanden en daarna lees je voornamelijk. Een kaart met U3 of V30 is ruim voldoende en een nog snellere kaart maakt geen enkel spel sneller.

Wat wel telt is de A-klasse, de aanduiding A1 of A2. Die gaat over willekeurige leesacties, dus over hoeveel kleine stukjes de kaart per seconde uit verschillende hoeken kan opdiepen. A1 staat voor minimaal 1500 willekeurige leesacties per seconde, A2 voor 4000. Emulatie is precies dat soort werk. Een emulator laadt continu kleine brokjes data, en een menu dat honderden covers moet inlezen doet niets anders. Een kaart zonder A-aanduiding voelt daardoor traag aan, ook als de doorlopende snelheid hoog is.

A2 haalt zijn extra snelheid uit command queuing, en dat werkt alleen als de kaartlezer en de driver van het apparaat het ondersteunen. Op de Linux-handhelds is dat lang niet altijd het geval. Ik heb dezelfde stapel spellen op een A1-kaart en een A2-kaart gezet en op de Anbernic RG35XX H merkte ik er niets van. Op de Android-modellen zie je het wel, daar leest het systeem veel meer losse bestanden. Een A2-kaart is dus geen verkeerde keuze, maar je hoeft er niet naar te jagen als hij er niet is.

Bij een Android-apparaat als de Anbernic RG406V of de Retroid Pocket 5 ligt de lat hoger. Die draaien GameCube en PlayStation 2, en die bestanden zijn groot. Daar loont een goede kaart wel degelijk, want laadtijden van een schijfimage komen rechtstreeks van de kaart af.

Hoeveel ruimte is logisch

Ruimte kiezen doe je op basis van wat je speelt, niet op basis van wat er in de aanbieding ligt. De verschillen tussen de systemen zijn enorm. Een Game Boy-spel is een paar tientallen kilobytes, een SNES-spel een paar megabytes, een PlayStation-spel al snel een paar honderd megabytes en een GameCube-spel loopt richting anderhalve gigabyte per stuk.

  • 64 GB: alles tot en met SNES, Mega Drive en Game Boy Advance, met ruimte over. Genoeg voor een Anbernic RG34XX waarop je vooral Game Boy Advance speelt.
  • 128 GB: het verstandige standaardformaat. Alle 8- en 16-bit systemen plus een flinke selectie PlayStation en Nintendo 64. Past bij een Miyoo Flip of een Trimui Brick, die tot PS1 en N64 gaan.
  • 256 GB: nodig zodra PSP en Dreamcast erbij komen, dus bij vrijwel de hele Anbernic-lijn en bij de Trimui Smart Pro.
  • 512 GB en meer: alleen zinvol als je GameCube of PlayStation 2 draait, zoals op de Anbernic RG556 of de Ayn Odin 2.

Boven de 512 GB wordt het rekenwerk anders. Kaarten van een terabyte zijn per gigabyte niet gunstiger, ze zijn vaker vals en je legt al je eieren in één mandje. Twee kaarten van 256 GB zijn in de praktijk handiger dan één van 512 GB, want je kunt er een verwisselen zonder je hele verzameling opnieuw op te bouwen.

De R36S met de microSD-kaart er half uit
De R36S draait volledig vanaf de microSD-kaart, inclusief het besturingssysteem.

Namaakkaarten en hoe je ze eruit haalt

Vervalste microSD-kaarten zijn geen randverschijnsel. Ze zien er identiek uit, de verpakking klopt, het lasergraveerwerk klopt en in je computer meldt de kaart netjes 512 GB. Alleen zit er 32 GB echt geheugen in en is de controller zo aangepast dat hij liegt over de capaciteit. Zodra je voorbij de echte grens schrijft, verdwijnt wat je eerder erop zette. Vaak merk je dat pas weken later, als een spel niet meer start.

Ik heb er zelf een gekocht via een marktplaats-aanbieder die er volstrekt legitiem uitzag. De kaart werkte twee weken en toen was de complete PSP-map leeg, terwijl de mappenstructuur er nog stond. Dat is het herkenbare patroon, bestanden die bestaan maar nul bruikbare data bevatten.

Testen kost je een uur en het gaat zo. Je stopt de kaart in je computer en je draait een controleprogramma dat de hele kaart volschrijft met een herkenbaar patroon en daarna terugleest. Op Windows heet dat gereedschap H2testw, op macOS en Linux gebruik je F3. Beide doen hetzelfde, ze vullen de kaart tot de laatste byte en vertellen daarna precies hoeveel gigabyte echt gelezen kan worden. Klopt dat getal met wat er op de kaart staat, dan is hij goed. Klopt het niet, dan stuur je hem terug voordat je er iets op hebt gezet.

Doe die test altijd bij een nieuwe kaart, ook bij een kaart van een merk dat je vertrouwt. Het scheelt je de veel vervelendere ontdekking dat je back-up ook op die kaart stond.

Formatteren en het juiste bestandssysteem

Hier gaan de meeste mensen de mist in. Een nieuwe kaart van 128 GB of groter komt standaard als exFAT uit de fabriek, want dat is wat camera’s en telefoons willen. De Linux-firmware op de meeste retrohandhelds wil FAT32 op de eerste partitie, en zoekt daar het opstartbestand. Zet je er exFAT op, dan gebeurt er bij het aanzetten helemaal niets en denk je dat het apparaat stuk is.

Windows weigert kaarten boven de 32 GB als FAT32 te formatteren via het normale menu. Daar heb je een los programma voor, zoals guiformat of Rufus. Op macOS kies je in Schijfhulpprogramma voor MS-DOS (FAT) en op Linux doe je het met mkfs.vfat. Kies een clustergrootte van 32 kilobyte of 64 kilobyte als de tool het vraagt, dat werkt bij grote kaarten het prettigst.

Een paar punten die je jezelf bespaart als je ze vooraf weet. Formatteer altijd op je computer en niet in het apparaat zelf. Haal de kaart netjes uit het systeem voordat je hem eruit trekt, want een half weggeschreven bestandstabel is de meest voorkomende oorzaak van een kaart die opeens leeg lijkt. En laat je besturingssysteem geen rommelmappen achter, verborgen bestanden van macOS zorgen bij sommige menusystemen voor spookvermeldingen in je spellijst.

De Android-modellen zijn hier makkelijker in. De Anbernic RG406H en de Retroid Pocket Mini hebben hun systeem intern staan en gebruiken de kaart alleen voor spellen. Daar mag exFAT gewoon, en dat is maar goed ook, want FAT32 kan geen bestanden aan die groter zijn dan vier gigabyte.

Klonen, zodat je nooit opnieuw hoeft te beginnen

Het opzetten van een kaart kost een avond. Bestanden sorteren, boxart erbij zoeken, knoppen goed zetten, per systeem de emulator instellen. Dat werk wil je precies één keer doen. Daarom maak je een kloon zodra alles staat zoals je het wilt.

Een kloon is geen kopie van de bestanden, maar een kopie van de hele kaart inclusief partities en opstartsector. Je maakt hem met Win32 Disk Imager op Windows, met Balena Etcher of het commando dd op macOS en Linux. Je krijgt één groot bestand terug dat je op een externe schijf zet. Gaat je kaart kapot, dan koop je een nieuwe van hetzelfde formaat, schrijft het bestand erop en speelt binnen een half uur weer verder, met je saves en al.

Let op één ding. Schrijf een image altijd terug naar een kaart die even groot of groter is dan het origineel, want anders past hij niet. Kaarten van hetzelfde opgegeven formaat verschillen soms een paar megabyte per merk, dus klonen naar exact hetzelfde merk en type is het veiligst. Zet daarnaast eens per maand alleen je savemap apart weg, dat is een klein bestandje en het scheelt je de hele kloon terugzetten voor één verloren potje.

De Anbernic RG35XX SP dichtgeklapt
Dichtgeklapt zit het scherm van de RG35XX SP achter de eigen behuizing.

Hoesjes, en wanneer je er geen nodig hebt

Een handheld met een open scherm hoort in een hardcase met een rits. Niet in een sokje, niet los in een tas. Het scherm is het enige onderdeel dat je niet zelf kunt vervangen en het is precies wat tegen je sleutels aan komt te liggen. Een case ter grootte van een brillenkoker met een elastiek voor de kaartjes is genoeg, en er is bij vrijwel elk model een passende variant te vinden.

Twee vormfactoren vallen buiten dat advies. Een clamshell beschermt zichzelf, want het scherm klapt tegen de knoppen aan en zit daarmee al achter twee lagen plastic. De Anbernic RG35XX SP gaat bij mij al maanden los in de zijzak van mijn rugzak mee en heeft geen kras. Hetzelfde geldt voor de Miyoo Flip, waarvan het scharnier steviger aanvoelt dan bij de meeste dure apparaten. De Anbernic RG DS heeft twee schermen boven elkaar en klapt ook dicht, dus ook die redt zich zonder hoes.

Bij de grotere apparaten is een hoesje juist geen luxe. De Anbernic RG40XX H met zijn 4 inch scherm en de RG556 met 5,48 inch AMOLED hebben allebei een groot, kwetsbaar oppervlak. Wie vooral thuis speelt komt met een zachte sleeve weg, wie hem meeneemt naar het werk niet.

Opladers, kabels en waarom snelladen niet altijd sneller is

Bijna alle moderne handhelds laden via USB-C, en bijna geen enkele wordt geleverd met een adapter. Je pakt er dus iets bij wat je al hebt liggen, en daar zit de valkuil. De laadsnelheid wordt bepaald door het apparaat, niet door de lader. Een instapmodel trekt hooguit een paar watt en versnelt geen seconde als je er een lader van 65 watt aan hangt. De onderhandeling tussen apparaat en lader eindigt gewoon op wat de handheld aankan.

Bij sommige combinaties wordt het zelfs trager. Grote laptopladers zijn ontworpen om bij hogere spanningen af te geven en kunnen bij een klein verbruik in een spaarstand schieten. Het resultaat is een handheld die drie uur staat te laden aan een lader die een telefoon in veertig minuten vult. Een simpele adapter van tien tot twintig watt werkt in de praktijk het betrouwbaarst.

De kabel is belangrijker dan de meesten denken. Veel USB-C-kabels in huis zijn laadkabels zonder datalijnen, en dan kun je er geen bestanden mee overzetten. Dat lijkt onbelangrijk tot je in de trein even een spel wilt bijzetten. Houd één kabel apart die zowel data als stroom doet en leg hem bij het apparaat. Laad bovendien nooit terwijl je op de bank ligt te spelen met het apparaat tegen een kussen aan, want de accu en de chip warmen dan tegelijk op en dat kost levensduur.

Schermprotectors en stroom voor onderweg

Een gehard glazen protector kost weinig en is bij een open scherm het verstandigste dat je kunt doen. Bij de AMOLED-schermen van de RG556 en de Retroid Pocket Mini let je op één ding, kies een heldere protector en geen matte. Matte folie vreet precies het contrast op waarvoor je AMOLED wilde. Op de Anbernic RG CubeXX en de Powkiddy RGB30 heb je vierkante schermen van 720 bij 720, en daarvoor moet je op modelmaat kopen, want een universele folie past er nooit netjes op.

Stroom onderweg regel je met een powerbank, en het benodigde formaat hangt af van het apparaat. De R36S en de Ayn Odin 2 halen allebei acht uur, dus daar is een kleine powerbank genoeg voor een dag weg. De Anbernic RG40XX V doet zeven uur en zit in dezelfde categorie. Bij de Android-modellen ligt het anders, de RG406V, de RG406H en de RG556 komen tot vier uur en de Retroid Pocket 5 tot vijf. Voor een vliegreis wil je daar iets van tienduizend milliampère-uur naast hebben liggen.

Een losse reserveaccu is bij deze apparaten zelden de moeite. De accu’s zitten intern, je moet schroeven en soms een stekkertje losmaken, en het scheelt weinig ten opzichte van gewoon een powerbank in je jaszak. Welke accuduur bij welk model hoort staat per apparaat in ons handheldoverzicht.

Als je vandaag één ding doet, doe dan dit. Haal de kaart uit je handheld, stop hem in je computer en draai er een capaciteitstest overheen. Duurt een uur, je hoeft er niet bij te zitten, en je weet daarna of de kaart waarop je hele bibliotheek staat werkelijk is wat de sticker belooft.

Veelgestelde vragen

Welke microSD-kaart is het beste voor een retrohandheld?

Een kaart van SanDisk, Samsung of Kingston met minimaal U3 of V30 en de aanduiding A1 of A2. De A-klasse zegt iets over willekeurige leesacties en dat is precies wat emulatie zwaar belast. De doorlopende snelheid boven V30 voegt voor een handheld niets toe.

Is A2 merkbaar sneller dan A1?

Alleen als het apparaat command queuing ondersteunt, en dat doen veel Linux-handhelds niet. Op de Android-modellen die GameCube en PlayStation 2 draaien merk je het wel, want die lezen veel meer losse bestanden. Op een instapmodel is het verschil in de praktijk niet te zien.

Hoe weet ik of mijn microSD-kaart vals is?

Draai voor je hem vult een capaciteitstest met H2testw op Windows of F3 op macOS en Linux. Die programma’s schrijven de kaart helemaal vol en lezen alles terug, waarna je ziet hoeveel gigabyte er echt bruikbaar is. Klopt dat niet met wat er op de kaart staat, dan stuur je hem direct terug.

FAT32 of exFAT voor mijn handheld?

De meeste Linux-handhelds willen FAT32 op de eerste partitie, anders start het apparaat niet op. Android-modellen hebben hun systeem intern staan en kunnen gewoon met exFAT overweg, wat handig is omdat FAT32 geen bestanden boven vier gigabyte aankan. Windows heeft een los programma nodig om kaarten groter dan 32 GB als FAT32 te formatteren.

Heb ik een hoesje nodig voor mijn handheld?

Bij een open scherm wel, een hardcase met rits voorkomt krassen van sleutels en munten in je tas. Clamshells zoals de Anbernic RG35XX SP en de Miyoo Flip beschermen hun eigen scherm door dicht te klappen en redden zich zonder hoes. Voor de grotere schermen vanaf 4 inch is een case wel aan te raden zodra je het apparaat meeneemt.

Gepubliceerd op 16 september 2026. Klopt er iets niet? Laat het de redactie weten.